Wanneer ‘moeten’ zegeviert

Zeg eens eerlijk, hoe vaak zeg jij het woordje ‘moeten’ per dag?

Ik durf te wedden dat je dat zelf niet eens weet. Het zit namelijk zo ingebakken in onze taal en onze mindset, dat we het niet eens opmerken.
Het woord ‘moeten’ zit vooral verweven in hoe we naar onszelf kijken, in hoe we ‘gehoor’ geven aan onze gedachten en daarmee aan de druk die we onszelf opleggen.

“Ik moet op tijd zijn…”
“Ik moet het huis nog opruimen en boodschappen doen…”
“Ik moet nog sporten…”
“Ik moet de kinderen van school halen…”

Herkenbaar? En zo kan ik nog wel even doorgaan. Als je het eens voor jezelf bijhoudt, zal de lijst haast oneindig zijn.

Ik betrap mezelf af en toe nog eens op ‘moeten’. Opeens hoor ik mezelf zo’n uitspraak doen, zoals hierboven. Als ik het woord ‘moeten’ opmerk, is het net alsof ik even op de rem wordt gezet. Het resoneert duidelijk meer dan vroeger.
Ik heb geleerd het bewust op te merken en zo probeer ik het zoveel mogelijk te vermijden in mijn taalgebruik. Sinds ik me hiervan bewust ben, valt het woord ‘moeten’ me opeens ook veel meer op als anderen het gebruiken.

Toen ik destijds met coach- en therapieopleidingen begon, was dat een van de grootste eyeopeners voor mij. De (vaak) negatieve impact van het woord ‘moeten’.

‘Moeten’ impliceert dat we geen keuzevrijheid hebben. Er gaat iets dreigends vanuit, iets beklemmends. Zeker als je je er bewust van bent, voelt het als geforceerd en dwingend. Alsof je niet anders kan, dan je eigen ‘bevel’ opvolgen (“Ik moet naar de kapper”).

Dat komt omdat dit soort zinnen voortvloeit uit ons hoofd. Uit wat ons hoofd ons oplegt vanuit gevoelens en gedachten, die ons domineren. Vaak negatieve gedachten.
‘Moeten’ komt niet vanuit ons hart.

Wat als je ‘moeten’ vervangt door ‘willen’?
‘Willen’ komt uit ons hart en heeft te maken met wat voor ons belangrijk is.

“Ik wil op tijd zijn…”
“Ik wil het huis nog opruimen en boodschappen doen…”
“Ik wil nog sporten…”
“Ik wil de kinderen van school halen…”

Dan klinkt alles toch al een stuk vriendelijker en milder, vind je niet?
Alleen al door dat woordje ‘willen’ voelt het allemaal minder dwingend, en daarmee minder stressvol. Sterker nog, je merkt zelfs op dat je sommige dingen eigenlijk écht wel wil. Daarmee geeft het je een soort vrijheid; vrijheid om te kiezen. En daarmee wordt het opeens een stuk aangenamer en relaxter .

Maar het ‘ergste’ komt nog…

En dat is dat ik opmerk dat ouders dit woord ‘moeten’ ook vaak tegen hun kinderen zeggen. Ze merken het zelf niet op, want het zit ingebakken in hun taal en gewoontereacties. Heel begrijpelijk.
En nóg veel negatiever wordt het als ze er dan ook nog een sanctie of dreiging aan koppelen.

“Je moet je bord leegeten, anders krijgt je geen toetje”
“Je moet gaan slapen, anders groei je niet goed”
“Je moet nu je huiswerk gaan maken, anders heb je straks een onvoldoende”
“Je moet je spullen opruimen, anders gaat het straks mee in de vuilnisbak”

Herkenbaar? Je bent niet de enige…

Allereerst over dat woord ‘moeten’ als we onze kinderen opdrachten geven.

Je kunt ‘moeten’ nu niet altijd vervangen door ‘willen’.
Als je wilt dat je kind écht iets doet, is het beter om een gerichte opdracht te geven en het niet te vragen door “Wil je…?”. Want wat als je kind “nee” antwoordt? Wat doe je dan?

Dan ontstaat juist vaak strijd en discussie, en belandt je in machtsstrijd.

Een opdracht aan je kind, formuleer je het best met de zin, die begint met ‘Ik’. Bijvoorbeeld “Ik wil dat je even je spullen opruimt”. Eventueel aangevuld met een korte uitleg of toelichting. Bijvoorbeeld: “Als je altijd alles weer opruimt, raak je geen spullen kwijt en kan je alles de volgende keer weer gelijk vinden”.
Of maak er (bij jonge kinderen) een spelletje van door bijvoorbeeld expres zelf eerst iets op de verkeerde plek op te ruimen, bijvoorbeeld in een keukenkastje. Jouw kind zal je vast corrigeren en ruimt vervolgens alles netjes op. Oké, misschien is het soms handiger om even een beetje te helpen.

En dan die dreigementen…

Zeg nou eerlijk, die voegen écht niks toe. Misschien dat je kind hooguit één of een paar keer doet wat je zegt. Maar op lange termijn werken dreigementen niet. Sterker nog: het gaat van kwaad tot erger. Het schaadt het vertrouwen en voedt het gevoel van onveiligheid bij je kind.
En wat doe je met die dreigementen als je kind niet luistert?

Dreigementen zijn zéér schadelijk voor de ouder-kindrelatie. En als er íets is om zuinig op te zijn, dan is dat wel de band tussen jou en je kind. Een goede band biedt veiligheid en houvast, bescherming en ruimte. Het geeft een stevige basis voor ontwikkeling en groei van zelfvertrouwen en veerkracht.

Bovendien ben je het voorbeeld voor je kinderen. Zij spiegelen jou, jouw gedrag en jouw taal. Dus als je het woord ‘moeten’ gebruikt, leer je je kinderen ook deze zelfde ‘dwingende’ taal. Dan leer je ze ook het woord ‘moeten’ te gebruiken.
Niet alleen tijdens spel en in de omgang met andere kinderen. Maar ook voor zichzelf. Daarmee leer je hen vanuit hun hoofd te leven en niet vanuit hun hart.

Je leert ze om zichzelf druk op te leggen. Om streng en dwingend te zijn voor zichzelf.
En dat is nu net wat je níet wilt, toch?

Het woord ‘moeten’ verbannen uit je taalgebruik, lukt zomaar niet van de ene dag op de andere. Daar heb je echt even mee te ‘dealen’ en mee te oefenen.

Het start met bewust worden van jouw woordje ‘moeten’. Een tip is om eens een lijstje te maken met zinnetjes die je zelf vaak zegt, waarin het woordje ‘moeten’ voorkomt. Alleen al het maken van dat lijstje helpt om je bewust te worden van je taalgebruik als het gaat om ‘moeten’.

Start dan eens met experimenteren en vervang ‘moeten’ door ‘willen’ in de opdrachten die je jezelf geeft.
Ik ben benieuwd wat je ervaring ermee is. Laat het me even weten!

Met warme groet
Carla

Lees meer

Mag het ietsje trager?

Mag het ietsje trager?

De snelheid waarmee we leven, is voor ons als mens vaak veel te snel. Laat staan voor jonge kinderen. De hersengolven van jonge kinderen gaan een stuk trager dan die van volwassenen. Ons hoge leeftempo staat in schril contrast met dat van hen. Jonge kinderen zijn...

Lees meer
Luister je wel naar mij

Luister je wel naar mij

“Ze luisteren voor geen meter!” Een van de meest gehoorde uitspraken in de vele jaren dat ik met ouders en opvoeders werk. Niet alleen een veelvuldig uitgesproken ‘klacht’ van ouders, maar ook van professionals die met kinderen werken, zoals leerkrachten en...

Lees meer
Ik zie, ik zie wat je niet ziet

Ik zie, ik zie wat je niet ziet

Ze huilde, schreeuwde, totaal bevroren…zo stond ze daar. Tranen over haar wangen, weggedoken in de kraag van haar ski-jasje. Ze zal een jaar of 6 geweest zijn, vermoed ik. De term ‘bevroren’ past wel in de context van het besneeuwde landschap, wat zich als een vredig...

Lees meer